Jules deelder over amsterdamJe kan de TV niet aanzetten of het is Amsterdam zus, Amsterdam zo, Amsterdam voor, Amsterdam na en dan komt Amstelveen.
Om even aan te geven hoe heerlijk het is om Rotterdammer te zijn verteld onze eigen nachtburgermeester (en meester dichter) Jules Deelder ons even haarfijn hoe hij over Amsterdam denkt. En geen woord is ongelogen in deze monoloog tussen een rasechte Rotterdamse (met een natte T) en haar buurvrouw uit Gadverdam (al reeds vier keer 020 genoemd in de intro, ik weigert het nogmaals te typen). Zet even 5 minuten je werk aan de kant voor deze prachtige ballade met tekst!.

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Download “Jules Deelder – Pleuris Amsterdam” naar je computer.

Uitgeschreven Monoloog “Ziekte van Hedel”:
“Kijk dan, daaro, an de overkant… met die zinksnijer. Krijgie daaro de pleuris van, van dat wijf? Die loopt de hele dag maar over Amsterdam te zijke… ‘Toen ik nog in Amsterdam zus en toen ik nog in Amsterdam zo… ‘Krijg ze de tering met ter Amsterdam en de kanker erbij! Niet da’k wat tege Amsterdammers hep… ’t Zijn beste mense, hebben een goed hart… ’t Moes alleen gekóok opter rug hange en dan zo laag dat de honde erbij kenne… Dus daar legget niet an. Maar dat wijf krijgie orizineel het leplazerus van… ‘Toen ik laatst nog in Amsterdam was…’ Had ze een kut op aardgas! Krijg ze de dóodstraf metter Amsterdam! Azzie háar hoor isset daar een paradijs! Waddoe ze hier dan? Mijn een beetje gekmake? Was ze er maar gebleve in plaats van hier het uitzich te bederreve. Hebbie die kop gezien? Éen grote meeëter! Dat zoiets nog vrij rond mag lope… ’t Is een belediging voor het menselijke ras… ‘Toen ik nog in Amsteram…’ Achter de rooie gordijne zat zeker! Krijg ze een vet hart metter Amsterdam! Je zal der maar wone an zo’n stinkgrach, waar de hele dag van die platboomde schuite vol Moffe en Amerikane voorbij kome drijve die je je vrete uit je bek zitte te kijke. Ben je lekker mee! Ik gaat liever gewoon dood! Wat stellet nou helemaal voor dan, dat Amsterdam? De hóofdstad van Nederland? Wáterhoof zallie bedoele! Stelletje tillers! Amsterdam hèppet! Ja en anders jatte ze ’t wel! Leuk hè dazze die Olympische Spelen nie gekrege hebbe. God wat hebbik gelache! O wat ware ze der zeker van… Wat? Barcelona? Met al die zakkenrollers? Nee, wij!!! Nou dat hebbe we gezien dan. Vijf van de drie-en-tachtig stemme hadde ze. Vijf! Ken je nagaan wat een bord die gaste voor d’r kop hebbe. Dat ken je geen bord meer noeme. Die lope met een hele bùnker voor d’r taas! Volges mijn worde ze daar met d’r oge in d’r zak gebore. En maar strompele door die zeventiende eeuw. Stelletje krotekokers! Wat vinde die mense d’r eige belangrijk! Ze kenne geen scheet late of hij mot in het hele land geroke worde. Slaat de krante der maar op na. ’t Is Amsterdam hier en Amsterdam daar, Amsterdam zus en Amsterdam zó, Amsterdam vóor en Amsterdam na… en dan komp Amstelveen! Azzofter vedder niks gebeur… Azzof de wereld on hunnie draai… Hallo, wie zijn ze dan metter Amsterdam dan? Wat interesseer míjnet nou watter in die grafstad gebeur? Geen ene moer toch zeker? Hoe lang hep dat gezijk over die krakers nie geduurd? Hele bóeke zijn er over volgeschreve! Hier hebbie geen krakers… Wij bouwe gewoon huize! En dan dat gemeut over die ehh… kom hoe heet dat pleurisding? ’t Is net een of andere vreselijke aandoening, met zo’n zakkie onder je hart, voor de onlasting… De Stopera! Bejje dan ook in de war azzie ’n gebouw zó noem? Daar kreegie helemaal de schijterij van… Dan ging het niet door, dan weer wel, dan werd het zóveel duurder dan verwacht, dan zoveel, dan krege die architecte bonje, werd het nóg es zoveel duurder dan verwacht en nóg es en toen moeset Waterlooplein weer zo nodig van de slopershamer worde gered… Nou, nationale ramp hoor, maar nie heus! Je moes es wete watter híer nie allemaal plat is gegaan zonder datter ooit een haan naar hep gekraaid, moezik me dan nou ineens aangesproke voele omdatter daaro een of ander kutpleintje werd afgebroke…? Ziet ik zo bleek dan? Voor mijn part bree ze die hele teringzooi daar af, liever vandaag nog as morrege… Ander geval: het Concertgebouw dreigde in de grond te zakke… Nou, ik zou zegge: Wees blij! Mot je nèt gelove… ’t Héle land moes op ze kop, want ONS Concertgebouw moes worde gered. Ovvie maar effe mee wou schokke…? Ja, hierro, me reet! We betale al zàt an die pleurisstad. Héel Amsterdam sta op de monementenlijst! Waddachie dat dàt nie kost om al die middeleeuwse optrekkies overend te houwe? Miljàrde! ‘k Vinnet mooi hoor, ‘k vinnet prachtig, maar van d’r eige cente. De poen die hier wordt verdiend, wordt in De Haag verdeeld en in Amsterdam over de ballek gerot. Of wou je bewere van niet soms? Bij die ehh… kom hoe heet… o ja, die Stopera, daar blijke in ene vijftig miljoen pleite! Daar wor geen eens meer naar gezócht! Is an die strijkstok blijve hange van die bunkerbouwers… Stelletje uitnemers! Lane ze een keertje gewoon gaan werreke in plaats van heel de dag zitte ouwehoere waaro ze nou weer es motte gaan knage… Filipijns? Pekinees? Mafkees? Azzie daar een resterant begin waar de mense d’r vrete uit trogge motte opslurrepe terwijlie der af en toe zo een emmer bier overheen pleur, stane ze nóg in de rij, azzet in de Avenue hep gestaan. Nou, in de Avenue sta je zó hoor! Je geef die Wina Born een veeg in de meterkast en je sta derin, makkelijk zat. Krijge ze de touwtyfus metter Amsterdam, kenne ze pluize…
Stelletje nagenaste! Je zal ze kos motte geve die met de klei nog achter d’r ore uit Kutjepoep of Reetketelpikkumerschans naar die grafstad komme toegekrope en mijn na een hallef jaar een provensaal durve te moeme, omdattik in Rotterdam ben gebore! Stelletje boere! Rote ze leker nader familiegraf metter Amsterdam, die meut voorop metter hondekop… Je zal der maar ee gezegend weze, met zo’n bolus… Azzik zo’n kop had hakte ik ‘m àf! Bter géen kop dan zo een… Waddun ramp zeg, dat wijf metter ge-Amsterdam. Rotterdam vin ze maar niks ennet ken ook nooit wat worde ook… Nee, daar hebbe we háar voor nodig, metter grote gezoute zijksluiter! Ze ziet deruit of ze in de Eerste Wereldoorlog door een tank is overreje en in de Tweede nog een keer vergast. Ze heppet overleefd omdazze nie wou brande! Opgewarremd lijk! Rotterdam deug van geen kant, maar ondertussen vréet ze der wèl van… En zij niet alleen! ’t Hele land vreet ervan! Zonder Rotterdam zouwe allang gezonke zijn… ’t Is de kurrek waarop de naie drijf… Maar ze sterreve nog liever dan toe te geve dazze ’t zonder Rotterdam wel kenne vergete. Ze legge liever an die reet van Amsterdam te like… Je ken die tv nie anzette of stane ze weer te kwijle voor dat paleis op die Dam of op een of ander folkloristisch bruggetje dat bijna van rottigheid in mekaar pleur… Schilderachtig Amsterdam… Cultureel Amsterdam… Amsterdam bij nacht… Joods Amsterdam… Amsterdam in Verzet… Amsterdam lach… Amsterdam huil… Schilderachtig Amsterdam (herhaling)… Amsterdam zing… Amsterdam fluit… Schemerachtig Amsterda… Altijd weer datzellefde over-het-paard-getilde-lou-toffe-god-gloeiende-pest-pokke-vol-automatische-gaskamer-breje-tering-touw-kanker-blaf-kanker-koleertige-kùt-Amsterdam! Tot en met de STER-reclame! Maak nie uit wat voor tinnef ze nou weer motte slijte, tien tege éen dat he weer tege die gratebaal van een Carry Tefse an mot kijke, die met die geplemuurde bolus van d’r erges voor zo’n pitteresk trapgeveltje de lolligste thuis sta uit te hange.Op de radio idem dito… Je ken die knop nie omdraaie of stader weer zo’n grensdebiel over die Westerteringtore te galleme… Zak dáar je broek van af, van al die zijkliedjes over dat stink en die graf-Jordaan! Dat is sinds de dage van die Johnny Jordaan en heet die wandelende Dr. Oetker-pudding met dat hoogpolige tepijt opter taas en die vuurvaste grijns opter melik? Tante Leen, precies! Al sinds de dage van die Johnny Jordaan en die tante Leen ister een onafgebroke stroom van kwaadaardige gezwellen uit de Alberti-mafia, die óok zo nodig nog hun lepel in die brijpot motte zette! Krijge ze het mond en klauwzeer metter Amsterdam! Wanneer zie je Rotterdam nou op de buis? Alleen asze kenne late zien hoe hier op 4 mei om 8 uur ’s avonds de trams gewoon doorrije. Dan krijgt Rotterdam nog effe gauw de kat. Nou aster éen stad in Nederland is, waar de trams het rècht hebbe om op 4 mei door te rije, dan isset Rotterdam wel, wat zulle we nou hebbe… Toen bij ons die mariniers op de Maasbrugge die Moffe d’r strot afbete, stonde ze in Amsterdam godverdomme metter klauw omhoog langs de weg te kijke wat een mooie auto’s die Duitsers toch hade! O jee, azzie ze nou hoor hebbe ze allemaal Jode op zolder gehad… Waar zijn ze gebleve dan? Kenne ze ellek jaar wel metter schijnheilige kop naar die Dokwerreker lope… Dókwerreker, gog betert! Ze hebbe een have waar al sinds 1312 geen schip meer is geweest! Komediante! Lane ze matrasse in gaan slape bij de Ubica in plaats van de boel in de maling te neme… Pleurt efe gauw op! En wij zeker het Sufferdje leze? Wie zijn ze dan metter Amsterdam dan? En net azzie denk dat je alles gehad hep komter nog es zo’n koeiekut aan je kop zijke… ‘Toen ik nog in Amsterdam dit en toen ik nog in Amsterdam dat…’ Krijg ze bombardements tering metter Amsterdam, ken ze puinruime! Locomotrutfantje…

Bekijk ook hoe je “Rotterdams relativeren” van Ronald Goedemondt